Gut GeveuGelt

Review of: Gut GeveuGelt

Reviewed by:
Rating:
5
On 22.04.2020
Last modified:22.04.2020

Summary:

Geworfen und knnen Fans beruhigen.

Gut GeveuGelt

Gut GeveuGelt Contribute to This Page Video

Das Ende des Kampfes - finde Frieden in Dir. Geführte Meditation mit Veit Lindau

Auf dieser Gut GeveuGelt Website finden Sie Gut GeveuGelt die in Abschnitte! -

Ihre religisen berzeugungen halte.

De Toonenboer had er zich een paar manchetten voor aangeschaft. En hij kon 't toch zoo goed hebben als 'ne burger. Telkens schoten ze, met het zwaaiend beweeg der armen onder het gaan, op de hand neer.

De Toonenboer frommelde ze weer terug en schold, dat het de eerste en ook de laatste keer was. Met die kaal komplemente! Op de raadsvergadering vroeg de Commissaris inlichtingen over een veeziekte, die in de gemeente heerschte.

De oude boer-wethouder, die nog altijd met een hummelig lachje rond zijn versleten tanden had zitten te knikken op alles, wat Zijn Excellentie gezegd had, schoot nu op eens met een vaartje in zijn element.

Nu viel de burgemeester hem in de rede, en de Commissaris knikte, dat hij er wel alles van begreep. Verder sprak Zijn Excellentie nog over de scholen en de wegen, en drukte den raad op 't hart, zuinig te zijn, Twee boeren van een veraf gelegen buurt kwamen op audientie als afgevaardigden, om te spreken over verbetering van den weg.

Herhaaldelijk hadden zij den burgemeester daarom gevraagd, maar er was nooit iets gedaan. Zij kwamen ongeschoren, half-Zondagsch gekleed, met ongepoetste stevels, een rooden zakdoek om den hals geknoopt, en stapten met zware stamp-passen binnen.

Beeres mot mer zegge, of het nie de zuvere waorheid is We hebben heuren zegge, dat Excellenzig den oppersten baas is van de burgemeesters De Commissaris barschte de twee afgevaardigden toe, dat het al genoeg was, en ging scherp door, dat hun optreden op niets leek.

Zoo lomp uit te vallen over den burgemeester, het hoogste gezag in de gemeente? Zij bemoeiden zich met zaken, die hen niets aangingen Wie moest zoo'n weg betalen?

De boeren suften verslagen de straat op, en een herberg in. En de eene herberg uit, de andere in, zeurden zij, dat zij hun zaak toch zoo goed voorgedragen hadden.

Nie goed gesproke? De Commissaris verscheen op de stoep, de anderen bleven in de gang. De president nam zijn hoed in de hand, trad naar voren, tot vlak voor Zijn Excellentie, en complimenteerde.

Hij had zijn speech wel goed van buiten geleerd, maar voorzichtigheidshalve het papier toch in zijn hoed gelegd.

En 't kwam goed van pas. Hakkelend begon hij van den heugelijken dag, het hooge bezoek, de groote eer, het gezag en het beminde vorstenhuis, keek herhaaldelijk op zijn papiertje en sprak zoo zacht, dat het.

Toen boog de president en trad achteruit. De diner-gasten waren blij, dat het gedaan was, zij verlangden weer naar tafel. Het publiek stond nog een tijdje halzenrekkend te hunkeren naar iets van het feest te zien.

Praatte, dat er schoon gesproken was, maar dat de president zoo zacht sprak, was jammer. De wijnen riepen den lust tot prijzend toasten wakker.

De oude boer-wethouder zat zijn sigaar met een bamboeswindsel erom te verdampen, en moest maar drinken om den leelijken smaak uit zijn mond te krijgen.

Zijn buurman, ook een boer-raadslid, fluisterde hij in het oor:. Deze zelfde had een gebraden lijster opgegeten en ook het ingewanden-balletje mee naar binnen gekauwd, waarbij hij had moeten spoelen met wijn.

Toen de schaal nog eens gepresenteerd werd, trok hij een vies gezicht:. Een ander raadslid, dat de schaal met gember had aangezien voor een pudding-gerecht, en zich bediend had van een groote portie - hij zou maar een flinken brok vatten, zei hij, want er moest toch evenveel voor betaald worden - liep over van het zweet.

Hij bleef maar drinken om den brand in zijn maag te blusschen, en zat al gauw, lodderoogend, met knikkenden kop, over de tafel te gluren. Dan lachte hij dezen en genen toe:.

De ceremonie-meester, die er plezier in had, wilde hem telkens champagne inschenken. Maar dat weerde hij af:. En de Commissaris dankte voor het onthaal, sprak van zijn tevredenheid over den toestand der gemeente, prees het bestuur, complimenteerde de geestelijkheid, roemde de scholen, spoorde nogmaals dringend aan tot zuinigheid, en hoopte, dat de tijd spoedig mocht komen, dat door uitbreiding van het bijzonder onderwijs, na financieele gelijkstelling met het openbare, de gemeenten ontheven zouden worden van dien drukkendsten van alle lasten: de bekostiging van de scholen Het vertrek van den Commissaris verloste de boeren-raadsleden van de beklemmende vrees, die zijn tegenwoordigheid toch op hen drukken bleef ook nog in hun toestand van bedronkenheid.

Waar kan men beter zijn dan bij zijn goede vrienden Daarbij stampend op den vloer, en zwaaiend met het glas boven den kop.

De manchet viel hem weer op de hand; hij sloeg ze van zich af, door het vertrek heen. De burgemeester knikte, zijn mond tot een lach nijpend, en wenkte, dat het genoeg was.

De anderen vielen al in met geschreeuw, maar de Toonenboer was nog niet uitgepraat en hakkelde door:. Daorum, burgemeester, mienheer den burgemeester, en allemaol Het onderling elkander met een schimpnaam aanduiden, zooals dat uit de oude tijden was overgenomen en blijven voortbestaan tusschen vele dorpen, was geregeld het tartend uitlokken van - en het sein tot bloedige vechtpartijen, het moordend zich op elkaar werpen van troepen bedronken boeren.

Opeens schoten zijn blikken vast op een aangesneden taart aan 't ander eind van de tafel. Hij gierde er heen, en waggelde een paar champagneglazen op den vloer.

De scherven verknarsend onder zijn zwaren stevelvoet, riep hij:. Toen nam hij een paar stukken van de taart af en duwde die in zijn jaszak tot kruimels, terwijl aan zijn vingers wat gelei plakte.

En hij sloeg de losse hand met korte rukbeweginkjes, dat de vlokken rond spatten Den volgenden morgen werden de vlaggen en het dennegroen weer van de schoolmuren genomen.

De kinderen gooiden de takjes op de speelplaats, waar ze vertrapt werden en voortgeschopt, en eindelijk waren verdwenen.

De meisjes van het gehucht hadden een avond van bier-met-suiker. Tot in den nacht bleven zij dansen. Sjang van Scholten vroeg Drieka van den Toonenboer om een wals.

Met op elkaar gebeten lippen en kwaad-flitsende oogen liet zij zich rondsleepen. En toen de dans afgeloopen was, liep zij de deur uit.

Een paar meiden, die haar achterna gingen, kwamen proestend terug, vertelden tusschen lachtrillingen door, dat ze stond te huilen op staaat In de school ging alles weer zijn oud gangetje.

De borden, waarvan de verf zoo dun geschuurd was onder den veger, dat de houtkleur er doorheen blonk, schoven krakend in 't raam. Alles bleef op het oude.

Alle onderwijzers hoefde niet, maar van iedere school de chef, dat was toch niets meer geweest dan rechtvaardig.

En daarbij kwamen dan nog de tractaties. Er werd druk over gepraat. Maar de Toonenboer stoof op:. De burger-wethouder vond ook, dat men boven dergelijk gepraat van het volk verheven moest zijn.

En de burgemeester, toestemmend, dat het feest duur was geweest, verzekerde, dat het geld goed besteed was. Want hij had verscheidene dankbetuigingen ontvangen voor het schitterend onthaal.

Ook de onkosten van tractaties mocht men niet als een verkwisting beschouwen. Immers, de goede bevolking had bewezen het gezag te eerbiedigen en te huldigen, en op den dag van vandaag, nu er zooveel ontevredenheid heerschte en opstand tegen het gezag, moesten de gemeentebesturen meewerken om eerbied voor de overheid in te prenten, al moesten daarvoor ook geldelijke offers gebracht worden om de brave, eenvoudige menschen ook eens wat te gunnen.

Er zou voor den raad nog genoeg gelegenheid komen om de zuinigheid te betrachten, want de een vroeg om een kiezelweg, en de ander wilde verhooging van salaris De Nieuwe Gids.

Jaargang 27 meer over deze tekst. Selecteer waarin je wilt zoeken: Zoek alles Zoeken naar auteurs Zoeken naar titels Zoeken in teksten Zoek auteurs, titels en in teksten Zoek auteurs, titels en in teksten.

Vorige Volgende. Administratief bezoek door H. Hij schrikte van het groote gat in den vloer. Hij trapte op den rand van het gat. Onder den druk van zijn.

De burgemeester deed in vrome berusting: - 't Is nu eenmaal zoo in de wereld En somberde daarna, met veruit-gekijk van zijn plotseling staar-ernstige blikken naar onheilen in de toekomst: - Het gaat verkeerd met de menschen En hij aarzelde tastend naar den goeden weg: - Zeker, mijnheer de burgemeester De burgemeester rechtte zich en kropte zijn kin.

Zij hadden ploegtouwen en garen meegebracht. Hooge klanken knepen zich tusschen de lachschokken uit: - Schei uut De andere keken niet-wetend, maar moesten zich laten meelachen.

Die geestigheid van een der vrijste meiden maakte ruimte voor den lachdrang. Digitized by VjOOQIC DE JOBDAAN. Gy, heiligste der hoofdrivieren Die 'saardrijks oppervlak doorzwieren, Gewijd aan Mozes leergestoelt!

Vergeefs , in 't spoor van Zijne schreden , Door 't puin van lang verwoeste steden, Gants Palestina door- en weder door-gerend I Aan 'twangeloof ten prooi geschonken, Verglommen daar de laatste vonken Van 't licht dat in uw kim ontgloor; En 't blinkt zij u de roem gegeven!

Maar echter wat herinneringen! Hier zag mijn Heiland 'tmenschlijk licht: Hier, onder 't juichend Englenzingen!

Hier bogen Thabors, Karmels, toppen Voor Zijnen Goddelijken voet. Hier heft de Kruisberg voor mijne oogen Zijn heuvelvlakte naar den hoogen, Waar 't hemellieilig bloed op vloot!

Hier stroomde en gudste 'tuit Zijn wonden, Ten zoen, o God! Doch wat, wat zoeke ik naar die plasschen Daar uitgegoten over 't zand; Il Zal daar geen spoqr daarvan verrassen ; 'kBen in die heilfontcin gewasschen, Doorvloeit, doorstroomt zy niet ons dierbaar Vaderland?

Ach, waar Uw naam wordt aangebeden, Onze onmacht by Uw zoen beleden. Daar vloeit het in den zuivren Doop. Daar voedt Uw lichaam, hun gebroken Die eigen deugd geen wierook rooken, Den boezem in Geloof en Hoop.

Ach, Heiland, in wiens naam we aanbidden, Gy onze Heiland, God, en Heer! Wees met Uw Heilgeest in ons midden. Waar, hoe omhecht met distelklidden , 't Zich-zelf bestrijdend hart zich opheft tot Uw eer!

Hier, waar Ge Uw kudde hebt verzameld, Waar de eenvoud nog Uw lofzang stamelt Met teedren kinderlijken mond; Het bukkend hoofd met graauwe hairen Uw naadring in 'tgemoet' mag staren; Uw Woord zich onvervalscht verkondt: Hier blijven, Mlozoofsche logen En halsstark Ongeloof ten spijt.

Voor Uwen naam zij 'tal geleden! Digitized by VjOOQIC DB JORDAAN. Maar , moeten we in. En Gy die zalig maakt, Gy zaligt ons 't geween.

Ja, 't zij wy neergebogen mden, Het zij we ons in Uw heil verblijden, Gy zijt de rots van onze ziel; En wat Uw hand heeft aangegrepen, Zal Hel noch Wareld met zich sleepen.

Nooit iets wat aan die hand ontviel! Wat wil die grond, met naalden, zuilen. Gedenk- en merksteen overdekt?

Hoe kunt ge er dan belang in vinden, Of hoe , of waar 't zich zal ontbinden In heidezand of marmersteen? Neen, 'tstofklein zaad bewaart de plant; Ook 't ware lichaam, dat geene oogen.

Geen handen zien of tasten mogen. Houdt zelfs in 's Doods verwoesting stand. In 'tdoodstof blijft een kiem van leven Verborgen tot Gods adem blaaz: Digitized by VjOOQIC OP EEN KEBKHOF IN DUIT3GHLA.

Dat stofbeginsel , onvergauklijk , En door 't gewormte nooit verknaagd, Van 't zichtbre lijkstof niet afhanklijk , Ontspruit wanneer die morgen daagt.

Dat zal, weer opgewekt ten leven Om Jezus in 'tgemoet te streven Wanneer Hy op de wolk verschijnt. Weer uitgebreid in andre leden.

Zich met geene aardstof meer omkleeden Die altijd wisselt en verdwijnt. En wat, wat zal by dat verrijzen. Ons pracht van graf of lijksteen zijn?

Wat zal zy, dan een trots bewijzen De ziel tot schaamte of wroegingpijn? Neen, terg voor 's Rechters vlammende oogen Haar wroeging niet met eerebogen; Speel 't nietig grasbloemtj' op ons graf.

Weg tomben, zu'den, schriftgraveersel , En leg by 'taaklijk wormverteersel , 6 Mensch, de trotschheid eindlijk af! Digitized by VjOOQ IC EUST. Uit heesters van de rots!

Digitized by VjOOQIC RCST. Is in een wenk voorby. En tot verkrijging van dat niets Was Hhart zoo lang beangst. Jaag op den grond uw schaduw na.

Neen ; 't geen niet afhangt van uw wil , Hecht daar uw hart niet aan; Maar zoek wat niets u rooven kan. Wat nooit u kan ontgaan.

Wat geeft al 'saardrrjks overvloed Den stervling troost of baat. Zoo, na een duimbreed levensduur Zijn ziel verloren gaat?

Digitized by VjOOQIC BUST. Neen, wijzer hy, die 's levens stroom Door vruchtbare akkers leidt. En in de oprechte vrees voor God 2Ujn pad met weidaan spreidt!

Zoo drift of roekelooze zucht Haar wet te buiten streeft, Ach, onrust, jammer, wrevel, pijn. Is al wat gy beleeft. Hoe zalig, ach!

Die gadert honig vun de rots, Perst balsem uit den steen. En sluit in 't hart een dierbrer schat Dan ooit de zon bescheen.

Deze aard, van niets dan doornen vol, Is hem een paradijs. De moed zij vast , de boezem rein , En dan , barst uit , gy Zangen!

Die Eeuw waarop mijn uitzicht staart, Die in myn hart zich openbaart! Geef, Heiland, 't zij mijn oog haar ziet.

Of 't rijzend kroost heur heil geniet'. Digitized by VjOOQIC 40 EEUW. En als die blijde Meilzon straalt, Hls uit met Godsdienstschennis!

Kan God dus sprak ik , zoo weldadig. Dus alles zeegnen wat er leeft ; En ons, zoo hard en ongenadig Onthouden, waar ons hart naar streeft: Gy meldt my, velden, boschchoralen , En alles wat uw aanzijn smaakt; Waar is voor my 't geluk te halen.

Digitized by VjOOQIC QELUK. Voor u, 6 mensch! En H andwoord was een bloot geween. Gevolgd mar het Ihigelach van Dr. HiBSR, maar met verandering.

Digitized by VjOOQIC OPWAART. De Hemel is des Heeren, maar de airde heeft Hy der menschen kinderen gegeren. CXV, Ifl. Ik zou mijn slagpen niet vermoeien In 'tgeesselen der Aardsche lucht, Met wolk of nevel door te roeien, Maar nam een hooger Hemelvlucht.

Neen , 'k vloog waar 's Hemels tentgordijnen Verr' boven 't effen luchtazuur, Van duizend starrenstelsels schijnen, En schittren van onbluschbaar vuur.

Ja, 'kzou hun draai- en wentelkringen Met immer groeiend zielsbegeer, Met onverzaadbre zucht doordringen, En denken aan geen aardrijk meer.

Digitized by VjOOQIC OPWAABT. Wat zoudt, wat wilt, wat kunt gy wenschen In 't voos gezwollen, ijdel hart. Dan strikken breien, koorden trenssen. Waarin ge uw eigen ziel verwart?

Leer in dit aardsch en neevlig duister Den glinster van de Godheid zien. Wat zoudt ge in stout en roekloos brallen. Verhit door ijdlen hersenwaan, Met Lucifer onredbaar vallen Om nooit ach nooit O weer op te staan?

Keer in u-zelf, zie daar de wareld Die ge onderzoeken moogt, ja moest! Zie die vnn de onschuldglans outpareld, In schuld verwilderd en verwoest. Leer, leer u-zelf inwendig kennen En afschrik koestren voor u-zelf.

Hier dienen u geen arendspennen , Geen steigren door het luchtgewelf : Geen licht van zon of star te rooven Waar heeling voor uw boezemsmart; Neen, duik, en smeek den Geest van boven Die nederdalen wil in 't hart!

Gods Zoon kwam in de menschheid neder. En schoot ons stoflijk lichaam aan In liefde, meer dan menschlijk teder. Ja, die geen menschheid kan verstaan.

En trots en eigenwil verzaakt! Vemeedring voegt ons, stofgenooten , In dees benaauwden zondenklem; Geen andre wieken aangeschoten Digitized-by VjOOQIC 44 OPWAABT.

Dan van Geloof en Hoop op Hem! Maar de aardscbe ditialkolk uit te zweven Is aan geen aardscben hoogmoed veil. Neen , opwaart slechts in zelfverzaking , In onderworpen lijdzaamheid , In 'tsmeeken tot een heiligmaking Die ons ten Hemel toebereidt!

Gy, God, Gy schepper van die wonderen, Wier schoon, wier grootheid de oogen trekt, Maak, maak ze tot Uw machtverkonderen , Wier aanblik ons tot lofzang wekt; Geen voorwerp van nieuwsgierig gissen Waarin verbeelding spoorloos wroet!

Ontzien we in uw geheimenissen De hand die GodUjk schept en hoedt! Neen , 't is geen vrucht van 't veld, geen mijn- of berggeplonder, 't Is ziel verderf en gif; 't is Volken ondergang Dat ge in uw buik verbergt, en de Afgrond juicht van onder U toe, en 'tgolfschuim bruischt van zijn triomfgezang.

Wat decdt ge al volk by volk in hun verdelging zinken ; Waar zijt ge niet de val van zede en deugd geweest!

Ja, Overvloed en Pracht en Weelde zijn uw telgen, Met de in onmatig rustloos zwelgen Onstoorbre Winzucht, Overdaad, En 't monster Heblust, nooit verzaad.

En zweepen 't hart tot woede , ontsteken laaie vlammen : — Die grijpen vrede en welvaart aan; Dan steken stormen op, uit dampen opgestaan: Dan storten, door geen kunst, geen dijken, in te dammen, Geheele zeen in met bruischenden orkaan.

Dan vliedt ge , Onnoozelheid , 't heelal ten spot geworden , En de eerlijke Eer ligt door vermetelheid vertrecn ; Der Onschuld loof en vrucht verdorden.

En list, geweld, en roof, zijn 's levens steun alleen. Ach, dat de bijl in 't middernachtlij k woud. Om voor te ploegen door het zout, By 'sWarelds heldrer morgendagen Geen wijdgetakten eik, geen spichtig dennenhout Op breeden wortel neergeslagen.

Maar afgedorde tak en graauw verschrompeld blad Het huislijk vuur, in vlugge vonken Van uit den harden kei geklonken, Op stillen haard gevoedsterd hadd'!

Men waagde dierbre raenschenzielen Op geen den wind betrouwde kielen. Men spilde in verr' gezochte nacht.

I I d Hadt ge in vollen zin uw heilstaat mogen kennen. Met leeuwrik, vink, en filomeel, Den God der Schepping mogen prijzen Met door geen leed verworgde keel.

En riep: Vaarwel tot aan den morgen! Die toch , in 's Almachts schoot verbolgen , Brengt dierbre Gade en Kroost ons haast in de armen weer.

Doch ja ook nu, Gy, Alvermogen! Gy opent, hoe bezwaard, deze oogen, Ry 't kale hoofd met sneeuw des ouderdoms bevracht.

Ja, 'kzie Uw dag. Uw HeUdag klimmen! Daar rijst, daar stijgt hy uit de kimmen; Daar zinken nacht- en nevelschimmen; 't Is licht! Ja heerlijk blinkt de ontwaakte morgen Als 't nieuwherboren licht uit de Oosterkimmen treedt, Gebloemte en veld en beek met nieuwen glans bekleedt.

Of, leert men 't kennen, dubbel wreed. Dit, stervllng, dit zijn uw genoegens! Gy aardworm, wroetende in dit ongenietbre slijk. Ach, al 't genoegen van ons hart Bestaat in 't ongevoel van smart : Dit tracht verbeelding steeds met bloemen op te sieren, Het eigen zelfbesef ten spijt.

Hier vlecht ge palmen voor en kransen van lauwrieren: Met in dien doolhof van verbijst'ring rond te zwieren. Verbergt ge, ja ontkent u-zelven wat ge lijdt, En roemt schoon oog en boezem krijt, Tem'ijl u 't zielsgevoel het guichelspel vei-wijt; Verteert, om 'twaanbedrog den vrijen toom te vieren.

Uw eigen bloed en merg en spieren, En gaat in 's levens schijn 't waarachtig leven kwijt. Leer, ja, leer elke gaaf genieten Die de Almacht schenkt ; ja smaak ook 't lachen der Natuur.

Om uit verdelgings asch verheerlijkt op te schieten, Vlamschittrend Tempelhof voor stroo- en riethalmschuur In Hemelsch schoon, en vasten duur. Zoo thands een zoete heulsaps teug Het hart een oogenblik verheug', 't Is gif voor 't krank gestel , die zoetheid in te zwelgen.

De dwaas verberg' zich-zelv' zijn kwaal Die , kankert ze eens in 't hart, geen eind heefb dan verdelgen ; Gy, kent u-zelf, dit Niet, gevallen Adamstelgen!

De Wareld reikt u niets dan Circes tooverschaal ; Gy, smeek een Heilgenadestraal! Aan de hand des Moords ontkomen In de stroomen Op den duikenden dolfijn, Zonder by 'tgegrim der baren Levenbergend strand te.

Onberoerd by doodsgevaren, Zorgloos wat zijn graf moog zijn. Met een angstig hartbekleinmen Zien wy 't zwemmen Van dat zeedier met zijn vracht ; — Doch bestaat ons aller leven In een min onzeker zweven, Of van min gevaars omgeven Dat de harten moet doen beven?

Min bedreigd van storm en nacht? Digitized by VjOOQIC 50 ABION. Echter prijken we, als verheven Op de steven Van een nimmer sloopbre boot Wie geen golfslag kan verslinden, En verzekerd van de winden Die de blijde ree' doen vinden.

Of men ze in een net mocht binden, Dat er nooit een aan ontschoot! Alle zweven. Alle drijven we op den vloed. Drijven; maar op gods genade: Hy slaat ieder golfslag gade, Koomt wie zinken mocht, te stade, Hy die nooit de zucht versmaadde Van 'taan Hem verkleefd gemoed!

Waar , waar zouden wy voor schroomen P 't Stormbetoomen , 't Golfbedwang , is in Zijn hand. Ja, laat ook ons speeltuig klinken'.

Waar Zijn licht ons toe mag blinken! Neen, daar is geen nood van zinken; Veilig, zeker voor 't verdrinken , Voert Zijn stroom naar 't Vaderland.

Digitized by VjOOQ IC LICHT EN SCHADUW. II , Tot meester van den grond. Zoo is 't, waar 'thooger Hemellicht Zich instort in 't gemoed.

Dan achl die blijde middag houdt By d'aardschen mensch geen stand. Te naauw aan 't stof verwant. Z:gn zwakheid draagt geen hemel, neen, In 't dal van onmacht -en geween , Maar zijgt weldra, vermast In geest- en lichaamslast.

Digitized by VjOOQIC 52 LICHT EN SCHADUW. Dank echter, dank, 6 groote God, Voor d' aanblik in 't gezicht Ook zelfs van 'tvluchtigst licht 1 't Houdt troost , verkwikking in , en kracht , Voor die in lijdzaamheid verwacht Op 'tuur dat hem uw hand In beter oord vcrplant.

Digitized by VjOOQIC KINDEREN. Wilt Gy dat ze tot U naderen? Wy, wy leggen ze U ter eer. Met geen zielengift in de aderen , Smeekend voor Uw voeten neer.

Neen geen gift genaakt hun lippen, Geen besmefte hun 't gemoed I Laat hun nooit door de ooren glippen. Nooit voor oog of zintuig zweven, dan wat Godvrucht stort in 't blo;Ml!

Ach wy dragen 't hart van Ouderen; Wy, in 't hart, der Oudren plicht Neen, die drukt niet op de schouderen; Neen, maar zaligt en verlicht, 't Lieve spruitjen heeft Uw zorgen, 't Kent , erkent ze , bidt en dankt!

Zij de toekomst ons verborgen, Wat verga of wat verander' , 't is Uw woord dat nimmer wankt. Ja, wy leggen 't hoofd ter neder Op uw heilbeloftenis : Eens brengt Ge ons als Engel weder.

Wat hier wassend stervling is; Blijf dien by , na ons ontslapen! Gy verliest niet wat Ge omvat; U, des Christens schild en wapen, U betrouwt ons brekend harte dees ons een 'gen aardschcn schat!

Digitized by VjOOQIC HET LIED VAN MOZES. Neig, o Hemd , neig uwe ooren! Geeft Hem grootheid, roem en glorie, Hem wiens hand het Lot besluit!

Koomt des Heeren Naam vereeren! Hy, de rots, de vaste rots, Ts rechtvaardigheid en waarheid! Volk, trouwloos van Hem geweken,gy behoort niet tot zijn kroost; Gy , ondankbre hoop van snoden , die Zijne eer verwareloost : Bastaartloten , Voortgesproten Tot een schandvlek van uw stam!

Gy, wanschapen misgeboorte; Geen behoorte Tot het zaad van Abraham! Digitized by VjOOQIC HST LIED VAN M0ZB9. Denkt aan jaren Lang vervaren, Van het vroeger voorgeslacht; Vraagt uw grijsbesneeuwde vaderen, Door wier aderen Nog Zijn goedheid ruischt en macht.

Toen Uy aan de Wareldvolken de erfnis uitdeelde op dit rond , Stelde Hy de onwrikbre palen waar Hy ieder aan verbond. Ook de perken Zijn door merken Van Zijn hooge hand bepaald.

Waar de hardgenekte zonen Zouden wonen. Waar Hy voor hem henen toog. Hy voerde il langs 's aardrijks hoogten , waar gy oogsten vinden mocht t Uit den keisteen honigstroomen , olie uit de steenrotskrocht.

Tarwepairen Mocht gy gaftren; Hartverkwikkend druivenbloed ; Rijkgetroste moskadellen Zaagt gy zwellen. Maar wat volgde? Met de dure erken tnisplicht.

Zy, den rotssteen Die han Trots scheen; Waar hun heil op stond gevest! Die het duizlend volk verpest! Digitized by VjOOQIC HET LIED TAN MOZES.

Hongersnooden ; Duizend dooden; Krankten waar geen heul voor groeit; Leeuwentanden ; pStig zwadder Van den adder, Dat door bloed en nieren gloeit.

Wat, bevallig, Wat, lieftallig, Levens lastgenot belooft; In de ontwikk'üng kracht ten toon spreidt. Alle volk is afgeweken, moet door eigen wil vergaan.

Waren de oogen Niet betogen. Is hun burcht-rots niet bestand. Digitized by VjOOQIC HST LISD VAN MOZSS.

H Licht zal dagen Van hun plagen, En hun ondergang genaakt. De uitgevleugelde uren spoeden Voor dat woeden Dat een eind des moed wils maakt. Digitized by VjOOQIC 60 HST LIEB VAN M0ZE3.

Vloekvoldoening En verzoening, Saamgevloten in Zijn recht. Zal 't Heelal in de oogen blinken By 't verzinken Van wie roekloos Hem bevecht. Op den Godsgezant wiens voorbeeld hy verstrekte aan Jacobs kroost , Abrams en der vaadren uitzicht , zielsverwachting , hoop , en troost.

Op dien Godsgezant , te wachten op den voorbestemden tijd ; — Klom op Nebo; en verscheidde, in diens offerzoen verblijd.

Isrel, telkens afgeweken, steeds weerspannig aan de tucht; Dat in onoplosbre banden van de duisternis verzucht! Open de oogen, lichtschuw Isrel dat uw Mozes zoo vereert, In zijn wet het leven zoekend , maar in 't hart steeds afgekeerd ; Ach , door de eigen wet veroordeeld , en door haren vloek verplet!

Hem belijdend , Hem aanbiddend , ook by smaad , volstandig blijft! Koomt, herdenkt dees laatste galmen Van den Godgekoren held! Mozes lofzang, bavids psalmen, Zijn des Christens offerwalmen.

Uit getroffen hart geweld. Digitized by VjOOQIC NOODKREET. Verberg, verberg me Uw aanzicht niet ; Zie, hoe de nooddwang nijpt In 't oversteigrend zielsverdriet.

Dat daaglijks om zich grijpt. Mijn leven ging voorby als damp, Mijn kracht verzwond in rook, Als 't vlas van de uitgebrande lamp Tn walgelijken smook.

Mijn uitgemergeld dor gebeent' Werd uitgeblaakt tot asch; Mijn hart , in tranen uitgeweend , Is platvertreden gras. Mijn lippen naakt geen voedend brood; Mijn dorre gorgel stokt: Mijn hol geraamte ligt ontbloot, Door zucht by zucht geschokt.

Digitized by VjOOQ IC NOODKREET. Waar ik mijn leed verschuil; Daar krijscht de roerdomp aan mijn zQ' , Met aaklig nachtgehuil.

Zoo schudt op riet of heestertop De musch, aan 't nest ontjaagd; En vloek by vloek gaat voor my op. Van die my weerwil draagt.

Doch Gy, ontfermend God, ja Gy Zult opstaan in gena: Oy immers blijft den uwen by, Schoon aarde en zee verga. Uw volk verwacht Uw eeuwig Rijk: Ja 't tijdstip rukt steeds aan, Dat aarde en tyd en ramp bezwijk' Met trotschen men sch en waan.

Ruk aan, 6 heeb, in Majesteit; Verlos wie thands versmacht I Zie neer op wie Uw komst verbeidt; En hoor de jammerklacht f Van U, aan tijd noch perk bepaald.

Van U, die de eeuwen noopt. Van U is 't, dat vertroosting daalt, Ook daar geen hart meer hoopt. Digitized by VjOOQIC 64 NOODKKSST. Gy vormde en aard- en hemeliond, Maar hemel, aard, vergaat; Verdnrijnt gelijk een morgenstond; Veroudert als gewaad.

Blijft eeuwig als Uw Woord, En wie op uw belofte bouwt, Wordt in Geloof verhoord. Wat schenkt ons dieP — U g e 1 o o f in d' ons tekzoenden god : Geen Liefde uit angst voor straf, maar schuldvergiffenisse.

Neen , slaafsche vrees teelt dwang uit straf en schuldkastijding Maar kinderlijk ontzag, en liefde uit zoengenll, Hereeniging met God by zonde- en strafbe vrij ding, Zijn vrucht van 't Heilgeloof geplant op Golg'otha.

Van hier die zelf verblinding! Bestiere en volg' Zy haar in denken, spreken, handelen! Na Goarini. Digitized by VjOOQIC 'T VERDORVEN HART.

VIII, Is dan alles, alles, boosheid, Wat er opwelt uit dit hart? Ben ik schuldig voor beseffen Die, mijn eigen wil ten spijt, Zich gedurig weer verheffen En bestelpen met verwijt?

Gy, Gy weet het. God der waarheid; H Schepsel kent zich-zelven niet; Voor Uw oog is 'talles klaarheid, Dat door hart en nieren ziet. Wat vermeet ik me in my -zei ven, Met mijn schemerziek gezicht Naar den grond des leeds te delven.

Die zoo diep verholen ligt? Ach, geen vijand kon my deren Was dit hart niet innig snood. Had het aanval af te weeren , 't Stond voor geen bezwijken bloot; Maar tot in zijn vezeldraden Diep verkankerd en verpest.

Immer door zich-zelf verraden. Werd het tot een gruwelnest. Nieuwe Oprakeling, Digitized by VjOOQIC 't verdorven hart. Waartoe moedloos omgezworven.

En versmacht van levensdorst? Voor een hart waarin Gv leeft! Digitized by VjOOQIC 68 's LEVENS DOEL. Ons verkwijnen In de pijnen, 't Wit van God? Waartoe zucht ik Dan, en dueht ik Wat my wacht?

Waarom woel ik. Waarom doel ik Dag en nacht Op het morgen Dat de zorgen Stillen moet, Onder 't twisten Met dit gisten Van mijn bloed? Wat bedoelen Heeft gevoelen Van een smart, Ingeweven Met het leven, In de zelfheid van het hart?

Neen, het delven In zich-zelven Toont den geest, 't Leedbeklemmen Is 't bestemmen Nooit geweest Van een wezen.

Uitgelezen Om Gods lof Met zijne Engelen Saam te mengelen Uit dit stof. Ons bedroeven Is beproeven In een staat Die, na 't lijden, In verblijden Digitized by VjOOQIC S LEVENS DOEL.

GODS GOEDHEID. Ja , God is goed ; maar wat is Goedheid? Indien dit goedheid heet, bewaar ons, groote Grod, Voor H geen dien eemaam draagt , Uw heiligheid ten spot f o Dwazen, altijd dwaas om dat ge u wijs durft wanen.

Wat juicht en dartelt gy, of waarom stort gy tranen? Het jammer koestert ge u en haalt het dansende in , Het goed wraakt ge en weerstreeft met dollen eigenzin.

Ach , maakt u 't licht ten nutt' terwijl 't u mag beschijnen l Haast trekt het harde lot de vale nachtgordijnen Ons over 't hoofd.

Daar is, daar is geen keeren ann! Geen morgen rijst voor die dit licht ziet ondergaan. Heeft deze zandwoestijn gcene onbesmette lelie, De lage dalbloem heft ook 't buigend hoofd nog op, En smacht in 't dorrend zand naar daauw en regendrop.

Ach, hoor ze, en laat ze niet verwormen op heur stengel T Gy trekt den zwakken mensch , 6 Heiland , voor den Engel ;.

En naamt u 't zondige aan! Waar is het Duivlental Dat wat Ge u eigende, aan uw hand ontwringen zal? Ach sterk ons in 't geloof, en wy, wy durven hopen; Ja meer —!

Vergeefsch, met duizend grendelsloten En tralievensters , hageldicht. Ja, ondoordringbaar voor het licht, De morgenzon voor 't hoofd gestooten, Als, vrolijk rijzende uit heur kil, Haar oog in 'tmoordhol boren wil.

Zoo 't goud door wachters, muur, of daken. En schrijft zich wetten voor der zeden, Als waar 'teen uiterlijk gedrag Waardoor men 't harte zuivren mag.

Neen, de arme ziel, verpest van binnen. Verheel' zich 't kwaad of hou 't omhuld , Verstikk' 't en schouw zich vrij van schuld ; Nieuwe Oprakeling, Hy bleef 't verdorven menschenzaad , Vervuld van onuitroeibaar kwaad.

Neen, maak ons van ons-zelven los. Verfoeilijk in onze eigen oogen , Verpest door merg en ingewand, Onredbaar dan door Uwe hand. Herschep ons dit verkankerd harte, Onvatbaar voor 't besef van goed!

Ja , wasch ons rein in 's Heilands bloed By 't diepst gevoel der zondesmarte; En, 't zij gewoel of kluiznaars cel, In dit genot is me alles wel.

Daar 's kalmte voor het hart dat schreit , En rust verkwikking voor den moede, Die 't hoofd vertrouwend nederleit.

En 't troostrijk morgenlicht verbeidt Tn de onbedriegbre hoop op 's H oogsten Vaderhoede. Digitized by VjOOQ IC 74 TOEVLUCHT.

Zijn niets; Gy zijt alleen, die door U-zelf bestaat: — 6 Leer ons, Groote God, U kinderlijk te vreezen.

Niet buiten U te zien naar andren toeverlaat! Gy Alvervuller, Eeuwige, Eenige, Daal neder! Schoon aarde en menschlijk hart steeds meer en meer versteenige.

Digitized by VjOOQ IC T LICHAAM. Hoe hangt dit weefsel saam van saamgeronnen draden! En zinlijk med-gevoel aan H samenwringend hart! Hoe wonderbaarlijk is dat vormsel waar we in leven, 't Geen 't zichtbare , in ons oog met lichtpenseelen maalt , 't Gehoorvlies trillen doet by 't schomm'lend luchtstroombeven, Gevoel, en reuk, en smaak, verscheidenlijk bepaalt!

Wat kan zijn roeping zijn? Almacht, V zij lof uit haH en ingewanden! Uit eiken vezeldraad des lichaams dat me omhult!

Ja dankend heffe ik 't hart by de opgeheven handen Tot U die 't geen Gy wrocht ook onderhouden zult. Frkdikrb VII, Men vraagt, of goed Verstand en of Menschlievcndheid Dees onzen leeftijd van den vroegren onderscheid'?

Doch — is 't gezond verstand den mensch niet algemeen? Is menschenliefde ons vreemd? Mijn God, waar wildit heen!

Ach, waarom mag ik niet erkennen voor niy-zelven. En lucht en levenswijs ontvormde de oude teelt. Maar 't schoon van waar en goed verloor geen aart of kracht, En nooit verviel de mensch beneden zijn geslacht.

Ts 't waar, of meent men 't ons als waarheid op te dringen? Zie onze broedrenteelt , op de ijsschors voortgebracht. Die niet dan Waarheid, Deugd, en God-zelf, kan verman!

Achl zelfgevlei is niets. Om 'tkinderhart te paaien Is flik kring van een schijn, is speelziek wimpelz waaien Genoeg.

Verbeelding grijpt: ze omarmt een blooten schijn. Wat zou zy, vreemd aan God en aan 't waarachtig zuN? Maar , zijn we 't kinderspel ontwassen , d mijn vrinden , Ach, laten we ons geen oog door guichlary verblinden: Neen , Waarheid is ons deel ; hier vormde ons de Almacht voor.

Ja, dring' 't gescherpt gezicht den diepsten schuilhoek door. De mensch verbergt zich aan zich-zelven , zoekt omwindsels , Digitized by VjOOQIC 78 YEBSTAND EN MEN9CHL1KVKNDH EID.

Wat is 't Verstand dan? En vleizacht zich in 't kleed van Deugd en Wijsheid steekt. Dan ach! Gy weet dit, ja te wel, 6 zoo geroemde tijd. Die goud en eerbewijs zoo ruim te grabblen smijt Om harten tot den plicht der menschheid aan te lokken, Niet door de deugd gespoord, maar door dat aas getrokken.

Wat hengelt men naar Deugd of Wijsheid by den tast, Zoo ze in de zielen bloeit, onwrikbaar, wortelvast, En immer naar heur aart zich uitbreidt en vervuldigt?

Uw goud, uw eerbewijs, is 't geen uwe eeuw beschuldigt. Geen deugd, geen weldoen ooit , Of schaamt zich voor zich-zelf, met menschenlof getooid ; En , door menschlievendheid naar onderscheiding trachten , Is Gods genadeloon in 't booze hart verachten, 't Bouwt Satans outers; ja, in Godvruchts schijn misschien; Maar gy, wie 't aanlokt, beef; leer in uw boezem zien!

Neen , 't loon des weldoens is van God , en ligt in 't harte. Dit zalft by 's kranken bed zich-zelf in 's lijders smarte , Dit smaakt verkwikking, in den beet die hem verkwikt, Den beker die hem laaft als hy van droogte stikt; Dit smaakt, wien God het geeft zijn naasten uit gevaren Te redden, en door hulp tot 'sHoogsten eer te sparen.

En wee, als de Almacht zendt waar die verplichting spreekt, Die loon van de aarde wacht, of aan Gods stem ontbreekt!

Maar is 't ook weten, veel by andren uit te venten Wat meesters kindren thands in zwakke hersens prenten? Zie die glorierijke prezen Der leerzacht.

Zie alom de blinkendste bewijzen. Is Godsdienst , 't Godlijk woord , is alles niet versmeten Wat immer achtbaar, goed, en heilig, plach te heeten; Is alles waar m'op steunde en rust vond voor 't gemoed.

Niet nageproefd, gewraakt, vertreden met den voet? Ja oogsten toont; en ik verblij me in deze winst. Maar onkruid in dien hoop is mooglijk niet het minst.

Doch wat is 't samenstel en de uitslag van die kennis? Ja: afval van zijn God, aanbidding van 't Geval, Of eigen dwaasheid; en — verdovend windgeknal!

Heet dit dan Wijsheid? Nooit Waarheid zoekende, in 't Sofisten net verward. Geen stelselbouwery , maar needrig blij genieten Van 't geen uit hooger kring den stervling toe mag vlieten : Geen zich in eigen kring besluiten, als een God, Die 't hoogere of ontkent of als een droom bespot.

Vorschläge: gut geregelt. Diese Beispiele können unhöflich Wörter auf der Grundlage Ihrer Suchergebnis enthalten.

Diese Beispiele können umgangssprachliche Wörter, die auf der Grundlage Ihrer Suchergebnis enthalten. Übersetzung für "gut gevögelt" im Französisch.

Naja, ich habe seit Wochen nicht mehr gut gevögelt. Bin, je n'ai pas eu de bonne baise depuis des semaines. Ich rede davon, so gut gevögelt zu werden dass du es erst drei Tage später schaffst, nach Hause zu kriechen.

Gut GeveuGelt Gut GeveuGelt niet dan Massage Frankfurt Erotik, Deugd, en God-zelf, kan verman! Gy aardworm, wroetende in dit ongenietbre slijk. Hy, niet zien? Digitized by VjOOQIC ZWAKTE. Zij oprechtheid, rein geweten, My ten deel en toeverlaat; Y. In de school ging alles weer Nachbar Porno oud gangetje. Ja, HEden is voorby: de roekelooze hand Heeft heil en leven Sex Markt Hannover aan de tand. De anderen vielen al in met geschreeuw, maar de Toonenboer was nog niet uitgepraat en hakkelde door:. Algoedheid, dompel ons in dien genadevloed! Die alles hebt bereid Ten tuige van Uw heerlijkheid, Door heel de schepping uitgebreid Voor 't nooit verzaad gezicht! Met de dure erken tnisplicht.
Gut GeveuGelt
Gut GeveuGelt Inafter President Extreme public sex tube Reagan vetoed a bill to impose economic sanctions on South Africa for its policy of apartheidCheney was one of 83 Representatives to vote against overriding Reagan's veto. Archived from the original on October 24, Retrieved July 18, In MayCheney supported President Trump's decision to withdraw from the Iran Nuclear Deal. April 25,
Gut GeveuGelt Jacob Carel Willem le Jeune. GEBRUIKT EXEMPLAAR. exemplaar Meertens Instituut ALGEMENE OPMERKINGEN. Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Letterkundig overzigt en proeven van de Nederlandsche volkszangen sedert de XVde eeuw van Jacob Carel Willem le Jeune uit Wut ist die zentrale Energie, um die es beim Heilungsprozess geht. Dabei handelt es sich letztlich eine um Aktivierung des autonomen Nervensystems für Kampf. Wer gut kegelt - wird gevögelt! () on IMDb: Movies, TV, Celebs, and more. Der Film ist gut gemacht. Um Fremdschämen und peinlich berührt sein kommt man nicht drumrum. Egal wie verzweifelt diese Frauen in den Wechseljahren um Aufmerksamkeit heischen und sich nach ein wenig Liebe verzehren, es bleibt ein fader Beigeschmack, wie aus anfänglicher Schüchternheit am Ende ein gewisses Machtpotential ausgelebt wird. Wer gut kegelt - wird gevögelt! Schwarzhaarige () Rosi Nimmersatt Judy (). Schau dir tgliche geile Free Sex Filme aus den unterschiedlichsten Kategorien an. Einen Einstieg in die Thematik sucht, hast Im Hallenbad Gefickt Zugriff auf die ganzen Filme und Untersttze die Leute. German Redhead Teen Lexy Seduce to Fuck Outdoor by Stranger. Smooth, wie vielfltig die Sex Auswahl ist. Wer gut kegelt - wird gevögelt! () Plot. Showing all 0 items Jump to: Summaries. It looks like we don't have any Plot Summaries for this title yet. Be the first to contribute! Just click the "Edit page" button at the bottom of the page or learn more in the Plot Summary submission guide. Synopsis. It looks like we don't have a Synopsis for. Das Buch ist gut geschrieben mit netten Tipps, die man gut umsetzen bzw. probieren kann. Haben schon die ersten nachgemacht, sehr gut angekommen bei meiner Partnerin Lesen Sie weiter. 5 Personen fanden diese Informationen hilfreich. Nützlich. Missbrauch melden. featuredcountar.com 5,0 von 5 Reviews: Wer gut kegelt - wird gevögelt! Schwarzhaarige () Rosi Nimmersatt Judy ().

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

1 Comments

Schreibe einen Kommentar

Deine E-Mail-Adresse wird nicht veröffentlicht. Erforderliche Felder sind mit * markiert.